Hebben omwonenden van agrarische percelen gezondheidsproblemen die niet of minder vaak voorkomen bij mensen uit een andere omgeving? Om deze vraag te beantwoorden, coördineerde het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu een verkennend onderzoek naar de gezondheid van omwonenden van land- en tuinbouwpercelen met verschillende teelten. Het RIVM werkte hierin samen met de Universiteit Utrecht en het NIVELNederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg. De resultaten zijn op 6 juli 2018 gepubliceerd.

Over het algemeen werden geen duidelijke verbanden gevonden tussen gezondheid en de nabijheid van landbouwpercelen. Mensen die dichtbij landbouwpercelen wonen lijken gemiddeld iets gezonder te zijn dan personen die daar verder vandaan wonen. Wel is een associatie gevonden tussen de nabijheid van maïsteelt en een hogere sterfte als gevolg van luchtwegaandoeningen. Het is onbekend of het gebruik van bestrijdingsmiddelen hiervan de oorzaak is. 

Voor een aantal aandoeningen is onduidelijk of er een verband is met de hoeveelheid of nabijheid van specifieke gewassen. Het gaat om een hoger geboortegewicht in de nabijheid van zomergerst, de ziekte van Parkinson bij fruitteelt, oogirritaties bij fruitteelt en leukemie bij afwisselende granen-bieten-aardappelteelt. Nader onderzoek is nodig om te bepalen of daadwerkelijk sprake is van een verband en of bestrijdingsmiddelen daarmee te maken kunnen hebben.

Lees meer: Nieuwsbericht en rapport

Thumbnail

Lees meer: Nieuwsbericht en rapport

Aanleiding en vervolg

Aanleiding voor het onderzoek waren zorgen over de effecten van bestrijdingsmiddelen op de gezondheid van omwonenden van landbouwpercelen. Gegevens over de feitelijke blootstelling van omwonenden aan bestrijdingsmiddelen waren niet beschikbaar. In het verkennend gezondheidsonderzoek hebben het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, de Universiteit Utrecht en het NIVELNederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg gekeken of er een verband bestond tussen afstand tot landbouwpercelen en oppervlakte van nabije teelten enerzijds en gegevens over ziekten en aandoeningen anderzijds.

Het verkennend gezondheidsonderzoek en het blootstellingsonderzoek geven samen richting aan eventueel vervolgonderzoek.