U bevindt zich op: Home FAQ

FAQ

Als u vragen heeft over het onderzoek, die niet bij onderstaande veelgestelde vragen en de antwoorden staan, dan kunt u contact opnemen via het vragenformulier.

De veelgestelde vragen met antwoorden zijn onderverdeeld in de categorieën:

Het onderzoek 

Opzet van het onderzoek

Vraag

Antwoord 

Is al bekend waar gemeten gaat worden? 

De locaties om te meten worden geselecteerd door het onderzoeksconsortium. Het aantal locaties en de precieze plekken hangen af van de soort informatie die nodig is. In eerste instantie richt het onderzoek zich op Noord- en Zuid-Holland. Omdat de exacte onderzoekslocaties deel uitmaken van de persoonsgegevens van de deelnemers, blijven de locaties vertrouwelijk.

De aanpak, met al die beoordelingen van de onderzoeksplannen, kost veel tijd. Is dat de moeite waard?

Het onderzoek duurt meerdere jaren. We willen daarom graag vooraf waarborgen dat het onderzoek zowel wetenschappelijk als maatschappelijk acceptabel is. Als we achteraf moeten concluderen dat relevante aspecten vergeten zijn, dan zal behalve veel tijd, ook veel geld en inspanningen van betrokkenen en de omwonenden zelf verloren zijn gegaan. 

Waarom zijn omwonenden betrokken bij het ontwerp van het onderzoek? 

We betrekken omwonenden in alle fasen van het onderzoek. De onderzoekers gingen in juli 2014 op bezoek bij omwonenden om te leren van hun ervaringen en de situatie ter plaatse te zien. Dit is meegenomen in de onderzoeksplannen. Bij de beoordeling van de onderzoeksplannen zaten meerdere omwonenden in de begeleidingsgroep aan tafel. Zij konden vanuit hun perspectief adviseren over de plannen en over de manier waarop bewoners betrokken worden bij de metingen in hun buurt en thuis. 

Het RIVM kiest voor deze aanpak, omdat participatie van de mensen die het onderzoek direct aangaat, goed is voor de relevantie en kwaliteit van het onderzoek. Financieringsorganisatie ZonMw deelt ervaringen hiermee in "Een 10 voor patiëntenparticipatie". 

Als het onderzoek zo belangrijk is, waarom dan nu pas uitvoeren? Wat was de aanleiding? Wat was het pad naar de start van het onderzoek? 

Naar aanleiding van vragen van omwonenden van landbouwpercelen met teelten die een intensief gebruik van bestrijdingsmiddelen vergen, zoals de bloembollenteelt en de fruitteelt, heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu in april 2011 de Gezondheidsraad om advies gevraagd. Dit mede namens zijn collega van het toenmalige ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. In een eerste briefadvies van september 2011 heeft de Gezondheidsraad geantwoord een blootstellingsonderzoek onder omwonenden in Nederland nuttig te achten. Begin 2014 kwam de Gezondheidsraad met een uitgebreid advies van een speciaal daartoe ingestelde commissie van deskundigen. Dat advies is de aanleiding tot dit onderzoek. 

De Gezondheidsraad concludeerde dat weinig bekend is over blootstelling van omwonenden aan bestrijdingsmiddelen. De Gezondheidsraad stelde vast dat bij de toelatingsprocedure van bestrijdingsmiddelen alleen een inschatting is gemaakt van de blootstelling van omwonenden van kassen. Voor omwonenden van andere teeltvormen wordt de risicoanalyse van de middelen voor toepassers en omstanders gebruikt. Daarbij wordt aangenomen dat de ingeschatte risico’s voor toepassers, voldoende 'worst-case' zijn om de toegelaten middelen ook als veilig te beschouwen voor omwonenden. Met andere woorden: als de toepassing van bestrijdingsmiddelen voor de gebruiker veilig is, dan zal dat ook gelden voor omwonenden. Die aanname is nooit getoetst met metingen. Het Kabinet heeft vervolgens aan het RIVM gevraagd om het onderzoek uit te voeren. 

Welke metingen zijn onderdeel van het OBO

Deelnemende telers melden aan de onderzoekers welke bestrijdingsmiddelen ze tijdens een meetperiode gebruiken voor het bespuiten van het gewas. Bestrijdingsmiddelen bestaan uit één of meerdere werkzame stoffen. Van elk bestrijdingsmiddel is bekend welke stoffen het bevat. In het OBO meten we naar een slimme selectie van stoffen die gebruikt worden. In de urine van de bewoners onderzoeken we of de afbraakproducten van vijf van deze stoffen erin voorkomen. Daarnaast meten we ruim 40 van de werkzame stoffen in de lucht en in huisstof, planten of bodem uit de tuin van omwonenden. We houden ook bij of omwonenden op een andere manier met bestrijdingsmiddelen in aanraking komen, bijvoorbeeld omdat ze deze middelen zelf toepassen in hun moestuin.

Op de meetlocaties meten we twee keer in het teeltseizoen en doen we een achtergrondmeting die buiten het teeltseizoen valt. Deze achtergrondmetingen geven een globaal beeld van waar omwonenden mee in aanraking komen als er niet gespoten wordt. Het gaat hier om het herkennen van trends: vinden we meer bestrijdingsmiddelen naarmate mensen dichterbij een perceel met bollenteelt wonen of niet? Deze blootstellingsresultaten verbinden we met metingen aan de bespuitingen zelf: vinden we meer (afbraakproducten van) bestrijdingsmiddelen terug naarmate er meer, recenter of dichterbij gespoten is, of niet?

Aspecten het onderzoek

Vraag 

Antwoord 

Wat gaat het RIVM precies doen? 

Het onderzoeksconsortium gaat meten bij landbouwpercelen om te onderzoeken hoe omwonenden worden blootgesteld aan bestrijdingsmiddelen. Het RIVM coördineert het onderzoek. In 2014 en 2015 vinden de voorbereidingen plaats, zoals toetsing van de onderzoeksmethoden en de logistiek voor de metingen. In 2016 en 2017 wordt op verschillende plekken gemeten. De resultaten van de blootstelling van omwonenden rondom bloembollenvelden zijn dus niet voor 2018 bekend. 

Het RIVM heeft de opdracht gekregen voor de bloembollen. De toenmalig staatssecretaris heeft in een brief aan de Tweede Kamer toegezegd daarna uit te breiden naar de fruitboomgaarden. Aan de hand van de uitkomsten en ervaringen van de bloembollen kan dan worden bezien welk aanvullend onderzoek nodig is.

Wat als verdacht hoge waarden worden gemeten?

Het lopende onderzoek houdt in dat in 2016 en 2017 veel metingen worden verricht. De resultaten geven een beeld van de blootstelling, maar niet van de gezondheid. Wel is toegezegd dat het RIVM afwijkende of hoge waarden zal proberen te duiden en zo nodig en indien mogelijk, het ministerie van IenM daarover zal adviseren. De resultaten zelf worden niet voor 2018 gepubliceerd. De resultaten zullen niet herleidbaar zijn tot personen.

Is de blootstelling van omwonenden niet al bekend? 

De Gezondheidsraad concludeert dat weinig bekend is over blootstelling van omwonenden aan bestrijdingsmiddelen in Nederland. Zowel de Gezondheidsraad (pagina 181) als de overheid (Tweede Nota Duurzame Gewasbescherming 2013-2023) stellen vast dat tot nu toe bij de toelatingsprocedure van bestrijdingsmiddelen, alleen de blootstelling van omwonenden van kassen is ingeschat. Voor alle andere omwonenden is aangenomen dat de beoordeling van de risico's voor met name toepassers en omstanders, voldoende 'worst-case' zijn om het risico voor omwonenden af te dekken. Die aanname zal worden getoetst binnen het blootstellingsonderzoek.

Ik woon vlakbij landbouwgronden. Ik heb een eigen waterbron die ik gebruik voor de dieren en moestuin. Kan het bronwater getest worden binnen het onderzoek? 

Het is niet mogelijk om in het kader van dit onderzoek water of andere monsters te laten testen. Voor het onderzoek worden metingen uitgevoerd en monsters genomen, maar alleen op zorgvuldig geselecteerde locaties.

Wat wordt in andere landen gedaan voor omwonenden? 

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft een overzicht gepubliceerd van de wijze waarop landen omgaan met het risico voor omwonenden. Dit overzicht geeft de situatie rond 2012 weer.  

Het aspect anonimiteit: Waarom vertellen we niet welke telers/omwonenden meedoen of op welke locaties wordt gemeten? 

De gegevens die we verzamelen, vallen onder de privacywetgeving. De Wet bescherming persoonsgegevens vereist dat we vertrouwelijk omgaan met deze gegevens. We maken daarom niet bekend waar we precies meten en welke telers en omwonenden meewerken. Zo gaan we zorgvuldig om met de privacy van alle deelnemers. De Medisch Ethische Toetsingscommissie van het UMC Utrecht heeft dat ook van ons geëist, toen zij het onderzoeksvoorstel goedkeurden.

Hoe worden straks de resultaten gecommuniceerd?

De resultaten van het onderzoek worden pas gecommuniceerd als ze zorgvuldig zijn beoordeeld en de conclusies duidelijk zijn. Dat proces gaat als volgt... Het onderzoeksconsortium rapporteert, met conclusies en adviezen, over de resultaten aan het RIVM. De beoordeling van deze onderzoeksresultaten gebeurt zorgvuldig en doen we als RIVM niet alleen. We laten ons adviseren door een Wetenschappelijke Begeleidingsgroep. Daarin zitten onafhankelijke wetenschappers en ervaringsdeskundigen (telers en omwonenden) uit Nederland. Zij adviseren het RIVM over de wetenschappelijke kwaliteit en over de praktische betekenis. Vervolgens delen we de resultaten met de Klankbordgroep. De Klankbordgroep bestaat uit vertegenwoordigers van partijen die direct belang hebben bij het onderzoek, óók telers en omwonenden. De Klankbordgroep adviseert eerst over de begrijpelijkheid van de resultaten. Op basis van de resultaten en de adviezen daarover, volgt nog een tweede overleg met de Klankbordgroep. Dan staan de conclusies en aanbevelingen centraal. 

Eind 2018 publiceert het RIVM de bevindingen in een rapport en communiceert daarover zo duidelijk mogelijk via diverse media, waaronder via de website van het RIVM. De openbare resultaten zijn niet herleidbaar tot personen of locaties. Het RIVM zal wel eventueel opvallend hoge waarden proberen te duiden en het ministerie van Infrastructuur en Milieu daarover adviseren. Individuele deelnemers krijgen - als ze dat willen - informatie over de bij hen gemeten waarden. De richtlijnen van de Medisch Ethische Toetsingscommissie worden daarbij gevolgd. 

Er wordt gezegd dat mensen het lawaai van de pomp soms ervaren als drempel voor deelname. Tegenwoordig maakt de pomp niet meer zo veel lawaai. Waarom maakt de pomp ineens minder lawaai? Werkt hij nog wel goed? 

De eerste metingen met de pompen die de lucht aanzuigen, gaven veel overlast omdat de installatie veel lawaai maakte. De plek waar de pomp staat, maakt daarbij ook veel uit. Wij vinden het belangrijk dat de metingen zo min mogelijk overlast veroorzaken bij de bewoners en hun buren. We hebben de pompen daarom beter geïsoleerd en plaatsen ze bij voorkeur op een zachte ondergrond. De pompen maken nu veel minder geluid en werken even goed als voorheen.

De pompen zuigen erg veel lucht aan. Dan vind je toch altijd wel iets? 

We meten ook de totale hoeveelheid lucht (in kubieke meters) die de pomp verwerkt. Als we iets vinden aan bestrijdingsmiddel, dan wordt dat omgerekend naar de hoeveelheid bestrijdingsmiddel per kubieke meter lucht. Zo meten we de concentratie van het bestrijdingsmiddel op die plek. De zo berekende concentraties gebruiken we voor het onderzoek, niet de absoluut gemeten hoeveelheid. 

Locaties metingen

Vraag 

Antwoord 

Op welke locaties zal OBO worden uitgevoerd? 

De metingen worden op een aantal verschillende locaties in Nederland uitgevoerd. Het onderzoeksconsortium doet er alles aan om de privacy van de deelnemers aan OBO te beschermen (volgens de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp)). In eerste instantie richt het onderzoek zich op Noord- en Zuid-Holland. Omdat de exacte onderzoekslocaties deel uitmaken van de persoonsgegevens van de deelnemers, blijven de locaties vertrouwelijk.

Wordt er ook in mijn omgeving/mijn woonplaats gemeten? 

Vanwege de Wbp kunnen wij niet bekend maken waar de metingen zullen worden uitgevoerd. Als OBO bij u in de buurt plaatsvindt, dan ontvangt u een uitnodiging om deel te nemen aan het onderzoek.

Hoe zijn de locaties geselecteerd?

De keuze van de locaties is grondig voorbereid om betrouwbare conclusies te kunnen trekken uit de meetgegevens die worden verzameld. Daarvoor zijn criteria opgesteld waar de onderzoekslocaties aan moeten voldoen. Alle locaties met bollenteelt in Nederland zijn betrokken in de selectie. Er moeten voldoende woningen zijn in de nabijheid van het landbouwperceel. Deze woningen moeten tevens op verschillende afstanden en in meerdere windrichtingen vanaf het perceel liggen, dus niet alleen aan één kant. De eigenaar van een geschikt perceel moet instemmen en deelnemen aan het onderzoek.

Zijn er kaarten beschikbaar van de locaties van OBO

Om de privacy van de deelnemers te kunnen garanderen, zijn er geen kaarten beschikbaar van de gebieden of locaties waar OBO zal worden uitgevoerd. 

Hoeveel huizen moeten er bij een locatie zijn? 

Per deelnemende locatie hopen de onderzoekers ongeveer 12 huizen op te nemen in de studie, verdeeld over afstand tot het perceel en windrichtingen. Er moeten wel meer huishoudens om een perceel heen liggen, want niet iedereen zal instemmen en deelnemen.

Als ik geen uitnodiging om deel te nemen ontvang, kan ik er dan vanuit gaan dat er in mijn omgeving niet gemeten wordt? 

Als u geen uitnodiging heeft ontvangen wordt het onderzoek momenteel niet in uw directe omgeving uitgevoerd. Het is echter wel mogelijk dat het onderzoek op een later tijdstip in uw omgeving plaatsvindt of op een andere locatie in uw woonplaats.

Mijn buren hebben wel een uitnodiging gehad, maar ik niet. Hoe zit dat? 

De uitnodiging wordt in principe verstuurd aan iedereen die binnen 250 meter van een deelnemend landbouwperceel woont en een tuin heeft. Mogelijk wonen uw buren nog net wel binnen deze grens en u niet. Of misschien ontvangt u de uitnodiging nog de komende dagen. 

Het onderzoeksconsortium 

Vraag 

Antwoord 

Wie zitten er in het onderzoeksconsortium?

Meer informatie over het consortium en de leden vindt u onder Consortium

Kan ik nog meedoen met het onderzoeksconsortium?

Dat kan niet meer. Het RIVM heeft een aantal partijen uitgenodigd en enkele partijen hebben zichzelf gemeld. Het onderzoeksconsortium heeft een gebalanceerde samenstelling met de benodigde expertise.

naar boven

Begeleidende groepen 

Klankbordgroep

Vraag 

Antwoord 

Kan ik meedoen met de klankbordgroep? 

In de klankbordgroep zitten maatschappelijke organisaties die betrokken zijn bij de problematiek. Een voorwaarde voor deelname aan de klankbordgroep is dat de partijen een achterban vertegenwoordigen. Als u relevante punten heeft voor het onderzoek, kunt u deze het beste neerleggen bij één van de partijen in de klankbordgroep.

Heeft de klankbordgroep een stem in de onderzoeksplannen van het consortium? 

De klankbordgroep adviseert over het doel van het onderzoek en over de kwaliteit en relevantie van het onderzoeksvoorstel. De klankbordgroep heeft in mei en juli 2014 geadviseerd over het doel van het onderzoek. Het consortium met onafhankelijke instituten ontwierp het onderzoeksvoorstel. Het onderzoeksvoorstel is beoordeeld door buitenlandse experts en vervolgens besproken in de begeleidingsgroep. Na het advies van de begeleidingsgroep in december 2014 heeft de klankbordgroep in januari en juni 2015 als laatste over het onderzoeksvoorstel geadviseerd. 

Begeleidingsgroep

Vraag 

Antwoord

Wat is de rol van de begeleidingsgroep en wie mogen deelnemen? 

De begeleidingsgroep beoordeelt de onderzoeksplannen van het consortium op wetenschappelijke kwaliteit en relevantie. Onafhankelijke onderzoekers en deskundigen, deskundigen vanuit milieuorganisaties of de agrarische en agrochemische sector en deskundigen namens het openbaar bestuur (zoals waterschappen, inspecties en GGD’en) nemen deel aan de begeleidingsgroep. Ook nemen omwonenden en telers deel als ervaringsdeskundigen.

naar boven 

Gezondheid 

Vraag 

Antwoord 

Wanneer (resten van) bestrijdingsmiddelen worden aangetroffen in iemands urine of bloed, loopt deze persoon dan gezondheidsrisico's?

De aanwezigheid van stoffen in het lichaam is op zich geen indicatie voor gezondheidsrisico's. Het lichaam is immers tot op zekere hoogte zelf in staat om schadelijke stoffen om te zetten en uit te scheiden. Gezondheidsschade is afhankelijk van de concentratie van de stof en de mate van blootstelling hieraan.

Als teler of loonwerker besteed ik een groot deel van mijn tijd aan het toepassen van bestrijdingsmiddelen. Ik zou graag willen weten of dit gevolgen heeft voor mijn gezondheid?

Voor toepassers wordt gezondheid al geruime tijd beoordeeld bij de toelating van bestrijdingsmiddelen in Nederland. Het correct naleven van het wettelijke gebruiksvoorschrift en de gebruiksaanwijzingen (inclusief het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen) is daarbij van belang, net als het gebruik van de juiste apparatuur. Veilig werken met bestrijdingsmiddelen is onderdeel van de opleiding om het bewijs van vakbekwaamheid te verkrijgen. 

Er zijn in mijn omgeving mensen met gezondheidsklachten. Wat zeggen de resultaten van het OBO over onze gezondheid en over de oorzaak van eventueel bestaande ziekte?

Het is begrijpelijk dat u naar antwoord op deze vraag zoekt. Echter de resultaten van het OBO zeggen niets over de gezondheid van omwonenden of over de oorzaak van eventueel bestaande ziekten. Het OBO onderzoekt alleen de blootstelling aan bestrijdingsmiddelen. Dus: komen de bestrijdingsmiddelen terecht bij de omwonenden en zo ja, in welke mate. Als de blootstelling bekend is, kunnen we eventueel daarna de mogelijke gevolgen voor de gezondheid onderzoeken. 

Met dit onderzoek in twee stappen, eerst blootstelling daarna mogelijk vervolg naar effecten op gezondheid, volgen we het advies van de Gezondheidsraad uit 2014. In dit blootstellingsonderzoek gaat het dus alleen om de vraag of en in welke mate bestrijdingsmiddelen terecht komen bij omwonenden van bollenteelt. Daar doen we grondig onderzoek naar. We meten of er bestrijdingsmiddelen in de lucht en in urine zitten. Als we die stoffen vinden, wil dat nog niet zeggen dat ze invloed op de gezondheid hebben. 

In een ander verkennend onderzoek proberen we met behulp van bestaande gegevens en aanvullende vragenlijsten te weten te komen of er een relatie bestaat tussen ziektecijfers en afstanden tot landbouwpercelen. Bij dit onderzoek werkt het RIVM samen met het Institute for Risk Assessment Sciences (IRAS, Universiteit Utrecht) en het Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg (NIVEL). Eind 2017 worden de resultaten van dit onderzoek verwacht. De resultaten van het OBO in de bollenteelt verwachten we eind 2018. 

Op basis van de resultaten van het verkennend gezondheidsonderzoek en dit blootstellingsonderzoek in de bollenteelt wordt duidelijk of vervolgonderzoek nodig is en waar dat zich dan op zou moeten richten.

naar boven 

Zoeken:

Service